Een van de eerste dingen die ik deed toen duidelijk was dat ik voor een semester naar Yale University in New Haven, USA zou vertrekken was: kijken of er nog wat te zingen viel. Want een heel semester zonder zingen is geen optie. Ik had me er weinig van voorgesteld en me erbij neergelegd in een matig kerkkoor of met een beetje geluk een lollig gospelgroepje terecht te komen. Maar dat viel enorm mee. Er blijkt heel veel te zijn, met inderdaad de matige kerkkoren aan het ene uiteinde van het spectrum, maar aan het andere uiteinde de koren voor zangstudenten aan de Yale School of Music zoals Yale Camerata. Ik pas natuurlijk niet in het profiel van de laatste, maar het eerste hoefde gelukkig ook niet. Ik heb een amateurkamerkoor gevonden van een redelijk niveau: het New Haven Oratorio Choir and Orchestra (NHOCO). Met concerten eind november, en ze vonden het goed als ik voor een programma meedeed, auditie kon ik doen na aankomst.
Dus. Op dag 2 van mijn verblijf hier ben ik naar de Church of the Redeemer gegaan op Whitney Avenue waar het koor oefent, heb auditie gedaan, en mocht blijven. Voor een programma van Palestrina, Bach en Mendelssohn. En hoewel de stemmen gemiddeld gesproken niet veel bijzonders zijn en ook de leesvaardigheid beduidend lager ligt dan bij het Byrd vind ik het toch leuk. En vind ik ook dat ze het in sommige opzichten hier beter voor elkaar hebben.
Die trots op de club is wel erg Amerikaans. Amerikanen zijn ook trots op hun land. En hun stad, en hun buurt. Dus dat past in het plaatje. Ons Nederlanders is dat vreemd. Maar in verband met zo'n koor heeft het wel wat: zangers die blij zijn om erbij te mogen horen, in plaats van zangers die vinden dat het koor blij moet zijn met hun aanwezigheid. Geeft toch een andere sfeer.
Een derde, onverdeeld leuk, aspect is de scholing. Er wordt vaak wat tijd van een repetitie besteed aan een lesje. Over het verschil tussen gis en as en oude stemmingen, of over uitvoeringspraktijken in de tijd van Bach, of een luistervaardigheidstestje. En soms, zoals bijvoorbeeld aanstaande woensdag, een concert waar het koor heen moet bijwijze van koorscholing, en waar dan ook naderhand op wordt teruggekomen. Niks facultatief, dat wordt gewoon belangrijk gevonden voor de opvoeding.
Het concert (maar een, helaas) is intussen achter de rug. Het ging denk ik zo goed als het kon gaan. En het was een leuk samengesteld programma. De titel van het programma was "Mendelssohn's Muse", dus een programma rond Mendelssohn en de componisten die hem geinspireerd hebben. We zongen Mendelssohn's motet Jesu meine Freude, dat hij heeft geschreven geinspireerd door het gelijknamige motet van Bach. Dat zongen we niet, helaas, op het openingskoraal na. Maar wel cantate 4, een beetje out of season, "Christ lag in Todesbanden". En het orkest speelde "Eine kleine nachtmusik" van Mozart. Van te voren was er een inleiding over Mendelssohn, en tussen de nummers door werden fragmenten uit Mendelssohn's brieven voorgelezen. Erg amusant. Daar zijn ze dol op hier, in de programmaboekjes van concerten die ik bezoek wordt ook altijd heel breedsprakig uitgelegd.
Het koor heeft ook een klein koortje, een selectie van de wat handiger zangers, die het NHOCO promoten door kleine concertjes in de buurt. Volgend projectje is, uiteraard, christmas carols. Een paar repetities in november, en dan drie concertjes in december. In bejaardenhuizen en dat soort oorden. Het eerste concertje is aanstaande zondag 6 december. Ik ben tot dat kleine koortje toegetreden en kan mijn zangactiviteiten dus ook na het NHOCO concert op 21 november voortzetten. En leer nu zelfs wat mensen bij naam kennen! Dit zijn Carey (l) en Angela (r), mede-alten. Daarachter Chris (l) en Daniel (r), tenoren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten