Jaja, dat is toch wat het is: een nieuw leven opbouwen. Ik sprak Selma aan de telefoon - zij vond het nog maar 3 dagen, voor mij lijkt het toch echt veeeeeel langer!
Op dag 3 heb ik dan toch Ingrid weer gezien. En hebben we samen twee fietsen gekocht. Ingrid had een mail gestuurd "fiets gezocht" naar de Yale international mailing list. Dat leverde alleen engerds op die haar wilden meeten op ongure plekken. Ik had intussen gereageerd op een advertentie op Craigslist, een soort marktplaats-achtig iets, van iemand die twee fietsen te koop had. Toen hebben we ze allebei gekocht, $ 70 dollar per stuk, geen geld! Mijn fiets staat nu in de garage van Vortmeyer. Ik heb een afstandsbediening van hem gekregen, cool hoor, gaat die deur zomaar vanzelf open en dicht.
Verder heb ik de nieuwe dean van de School of Forestry horen spreken. Een dag eerder was ik al aan hem voorgesteld - ik heb met deze dean nu al meer woorden gewisseld dan met onze eigen dean. Ook dat doen ze goed hier. Tom vertelde vol trots dat ze hem hebben weggekocht uit Engeland, waar hij directeur was van Kew Gardens. Ze verwachten veel van hem op gebied van fund raising. Zijn verhaal ging over zaadbanken, waar hij in zijn vorige baan veel mee bezig is geweest.
Ik ben gesetteld in mijn kantoortje op zolder van 380 Edwards street, en heb gisteren en vandaag vooral gewerkt aan de editorial van de special issue over MFA van de Journal of Industrial Ecology. Met Reid aan de overkant ontkwam ik er niet meer aan ... Vandaag heb ik met Tom gesproken over wat wij samen kunnen doen. Hij heeft, samen met 3 anderen, een cursus gebrouwen over het onderwerp "Linkages of Sustainability" wat ook de titel is van het boek waaraan we bezig zijn. Een beetje zooiig maar wel vrolijk, dat onderwijs hier. Een cursus heeft hier dus vier docenten, die geacht worden bij elkaars lectures aanwezig te zijn, en vier studentassistenten om de discussiegroepen te leiden en de projectgroepjes te begeleiden, op een groep van pakweg 40 studenten. Wat een luxe. Niks gemiezer over eurootjes per ECTS, gewoon, part of the job. Elke donderdag lunchen ze gezamenlijk met zijn achten om ervaringen uit te wisselen en vinger aan de pols te houden. Ik ga bij wat van die klasjes zitten gewoon om te kijken. Leuk hoor. Verder heeft hij een project over metaalschaarste waar hij mijn hulp bij kan gebruiken, en kan ik zijn hulp gebruiken bij het maken van een voorstel voor het UNEP Resource panel over milieu-effecten van metalen.
Last but not least, heb ik gisteren auditie gedaan bij de New Haven Oratorio Choir (een koor hier in Amerika noemen ze een chorus, choir is eigenlijk Engels). De dirigent, Mark Bailey, vond mij een "lovely lyrical soprano" maar vond het toch goed als ik alt ging zingen. Dus dat heb ik gedaan. Leuk!! Geen Amerikaans gebral maar gewoon nette opvattingen over stijl en uitvoeringspraktijk, een redelijk niveau, een aardig programma met Gabrieli, Bach (out of season: Christ lag in Todesbanden) en Mendelssohn (o.a. Jesu meine Freude, geschreven naar aanleiding van Bachs gelijknamig motet. Volgende week halen we Bachs versie erbij, hoor en vergelijk), en heel leuk: lichte scholing in luisteren en theorie tussen de bedrijven door, en veel informatie over de stukken. De discipline is erg groot, fijn voor het opschieten maar een tikje ongemakkelijk voor ons informele Hollanders. De dirigent roept steeds dat het al heel goed is, maar ..., duidelijk gericht op het aanmoedigen van groepen. Kunnen ze bij ons nog wat van leren. Een pauze is er niet, maar wel chips na afloop. En toch wel heel Amerikaans: ik moest een lijst invullen met niet alleen mijn eigen naam en adres, maar ook naam en adres van degene die gewaarschuwd moet worden als ik onverhoopt dood neerval op een repetitie (nog niet zo eenvoudig), en een waslijst dingen die ik moet aankruisen als ik die wil doen voor het koor. Fund raising, vooral: wil ik candy verkopen, of kaarten aan de man brengen, of flyers verspreiden, of rommelmarkten organiseren, of ... nou nee eigenlijk, helemaal geen zin in. Ik heb een week om erover na te denken.
Op de route van huis naar werk kom ik langs een dog park. Dat is een soort speeltuin voor honden, een omheind stukje gras met bankjes waar honde-eigenaren zitten die hun honden er laten rondrennen. Schommels en wippen zijn er niet, dus die honden hangen er maar zo'n beetje rond. Kwam pretty useless op mij over, maar het schijnt dat die honden verder nergens los mogen lopen, dus misschien toch wel fijn voor ze. Wat het huis betreft, ben ik bij nader inzien toch wel erg blij dat ik per 1 oktober ergens anders heen ga. 't Is een merkwaardig huishouden. Er komt van allerlei volk over de vloer waarvan het mij pas langzaam duidelijk wordt wat die hier doen. Er is een vrouw waarvan ik eerst dacht dat het de moeder was van het zoontje, maar die de vriendin blijkt te zijn van Vortmeyer en zelf drie kinderen heeft waarvan er twee vaak hier rondhangen. Van de buren hoor ik dat ze dodelijk ziek is. Ook nog. En er is een nanny, de enige waar ik wel eens aanspraak aan heb, want Vortmeyer is er nooit, het zoontje is een beetje een etterbakje, en de vriendin een zeer merkwaardig mens, om over haar kinderen maar te zwijgen. Gisteren heb ik met 2 jongens en de nanny gegeten. Vandaag kreeg ik hun restjes aangeboden, wat ik nog heb aangenomen ook. Alleen opgegeten in de grote keuken. Ik heb toch liever mijn eigen gedoetje - zelfs als je een appartement deelt dan is het toch ook mijn keuken, wat nu wel heel erg niet het geval is.
Wordt vervolgd!
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten