maandag 21 december 2009

Goodbye!


Nog een paar laatste plaatjes - mijn sabbatical zit erop, morgen vlieg ik naar huis. Als het weer niet teveel tegen zit, want aan beide kanten van de oceaan heeft het gesneeuwd en is er in meerdere of mindere mate chaos ontstaan. Ik krijg de indruk dat de chaos in Nederland groter is. Hier zijn ze dit soort weer toch wat meer gewend, en er daarom wat beter op voorbereid. De sneeuw viel vooral van de nacht van zaterdag op zondag, een flink pak, wel een halve meter sneeuw denk ik. En zondagochtend kon je, behalve langlaufers, ook SUVs met sneeuwschuif langs zien rijden om de weg weer vrij te maken. En vandaag waren de wegen inderdaad vrij en was ook op de sidewalks een paadje gebaand waar je kon lopen. En lopen moest ik, want ik heb mijn fiets gisteren weggegeven aan een vriendin van Ingrid. Er moet meer gefietst worden hier. Niet met dit weer, trouwens. Dit is een vijfde foto van Orange@Avon, wit deze keer!

En dan toch nog een kerstplaatje, vond ik wel erg mooi. Gewoon een huis in Cottage Street. Deze had behalve lichtjes ook allerlei sneeuwpoppen en rendieren en dat soort ongein in de tuin. Dat is onkarakteristiek. Gebruikelijk is lichtslingers, langs de veranda zoals hier maar ook langs de ramen, in bomen en struiken, en langs de dakrand.

Ik heb diverse afscheiden gehad, de afgelopen tijd. Deze twee foto's zijn van de afscheidsparty voor Ingrid en mij in 380 Edwards street. Bescheiden gezelschap, prachtige taart, chocolade met chrysant, champagne, hele kleine toespraakjes van Tom, Reid, Ingrid en mij. En we kregen allebei een Yale pet (leuk!) en een Yale fotoboek (zwaar...).

Op deze foto, v.l.n.r.: Jen, Marian, Tom, Barbara en Ingrid. Een en ander vond plaats in de kleine vergaderzaal achterin. De mooiste ruimte van het instituut.

Hiervoor heb ik afscheid genomen van het grote koor, met een kleine afterparty na afloop van de laatste repetitie van het jaar. En van het kleine koortje, na afloop van ons laatste christmas carols concertje in het zoveelste old folks home, in Humphreys. Een merkwaardige kroeg, een houten keet in de middle of nowhere met cowboy-achtig publiek, hoogst ongewoon hier in het keurige New England. Waar iedereen aan het bier en de hamburgers ging. En ik aan de erwtensoep - een vette hamburger met patat lukt mij toch niet meer om 10 uur 's avonds.

Zo na afloop vraag je je dan af, was het nu eigenlijk goed, deze sabbatical? Heb ik gedaan wat ik wilde doen, en ga ik met een tevreden gevoel naar huis? Die vraag zou eigenlijk op een later moment beantwoord moeten worden, want pas na een poosje bezinkt het allemaal, natuurlijk. Op dit moment ben ik er tevreden over. Ik heb weer eens een artikel geschreven, op basis van nieuw eigen onderzoek, dat wilde ik al langere tijd vreselijk graag en dat is gelukt. Ik heb me fijn een poos lang onttrokken aan de instituuts-ellende in Leiden. Ik heb een tijdlang niks gehoeven wat ik niet wilde. Ik heb maandenlang gewoon goed geslapen, ook al zo bijzonder. Maar de grootste winst was denk ik toch wel de niet-geplande winst. Mensen hier beter leren kennen en vriendschap mee opbouwen. Het grote koor en het kleine, en het gevoel dat ik hier thuis begin te raken. Het fantastische muziek-leven hier in New Haven. Het kijkje in de Amerikaanse maatschappij, en in een van de beroemdste en rijkste universiteiten ter wereld. En zo nog wat kleinere dingetjes. Wat ik alleen niet gedaan heb, is mij verdiept in de toekomst. Dat was ik van plan maar het wilde niet lukken. Kennelijk was ik daar niet aan toe. Of het wijst zich vanzelf. Of het is niet belangrijk, dat kan ook.
Een laatste foto: de Yale bookstore. Die prachtige, enorme boekhandel ga ik missen. Ik heb er heel wat uurtjes doorgebracht, zo alles bij elkaar. Ook zondag nog, toen de sneeuw gevallen was. Er was geen hond, behalve ik en een paar zwervers die voor de kou gevlucht waren en fijn in zo'n stoel zaten, niet eens te doen alsof ze aan het lezen waren.

En daar ga ik het bij laten, voorlopig. Wie weet nog een terugblik, wat later als alles bezonken is, maar nu eerst naar huis, iedereen weer zien, en dan in het nieuwe jaar weer terug-van-weggeweest zijn!

woensdag 16 december 2009

Winter

Het is nu serieus aan het winteren in New Haven. Heel lang is het warm gebleven, veel warmer dan wij gewend zijn in Nederland. Maar sinds een week of zo is het serieus koud. Het heeft zelfs gesneeuwd, hoewel de sneeuw eigenlijk viel voor de kou kwam en grotendeels is weggeregend. Dus daar is niet veel meer van over. Maar het vriest nu wel, ook overdag, en er staat een gemeen windje waardoor het geen feest is om buiten te zijn. Brrrr.


Een eerste foto: Orange Street. Dit punt in Orange Street staat nu, zo door de maanden heen, in vier kleuren in de weblog: groen, geel, rood, kaal. Kijk en vergelijk. Dit is bij mij op de hoek, Orange@Avon zoals ze hier zeggen. Hier kijk ik op uit als ik zit te ontbijten. Geen eekhoorntjes op de draden deze keer.
Anders dan in Nederland is het hier nog steeds wel vroeg licht. Om een uur of 7 begint het licht te worden. Daarentegen is het om een uur of half 5 toch al wel donker. We zitten hier toch een stukje verder naar het zuiden, waardoor in deze tijd van het jaar de dagen net wat langer zijn en de zon feller en minder laag. En dat is prettig, het scheelt echt als je daar gevoelig voor bent.


Foto 2 is de Christmas tree op de New Haven Green. Na Thanksgiving mogen de lichtjes aan. Het is echt erg mooi, de foto doet het niet helemaal recht. Het is een reusachtige boom, ik schat wel een meter of 12. En helemaal stikvol lampjes. Op de Green, een stukje verderop, staat ook een Chanukah kandelaar. Vergeleken met deze kerstboom een sorry little affair (foto mislukt). Chanukah is al geweest en heb ik gevierd bij de Lifsets thuis. Het enige joodse op die party waren de potato latkes, een soort aardappelpannekoekjes. Verder was het gewoon een feestje. Ze zijn ook niet heel religieus, 't is meer hun achtergrond - zo vieren veel mensen natuurlijk ook kerst of pasen zonder iets van religieuze rituelen, omdat het nu eenmaal een feestdag was.
Sommige huizen kunnen er ook wat van. Feestverlichting in de bomen en op het huis, soms dat je denkt: hoe kunnen die mensen hier slapen. Staat wel vrolijk toch.
Foto 3 is de Yale Farm, zoals die genoemd wordt. De Yale Farm ziet eruit als een schooltuintje en dat is het in feite ook. Het is een klein lapje grond aan Edwards Street, tegenover 380, dus ik kom er elke dag langs maar had het nog niet op de foto gezet. Op dit perceeltje wordt groente verbouwd door Yale studenten die dat voor de lol doen. Ze noemen dat dan organic, want er komen weinig agrochemicalien aan te pas en veel arbeid. En de oogst voorzover de moeite waard gaat naar verschillende kantines in de Yale campus. In de Halloween tijd was de pompoenen-oogst, best nog aardig wat, viel helemaal niet tegen. In diezelfde tijd werd de Yale farm winterklaar gemaakt. Daar is nog een oproep voor geweest via de Yale mail: kon je komen helpen, bring your kids, hot chocolate served. Nu groeit er nog wat kool en zie je er nooit meer iemand - dus of die kool gegeten gaat worden weet ik niet.

Laatste plaatje: dat ben ik in het hippe restaurant Modern Apizza. Marja klaagde dat ik zelf nooit op die foto's stond en dat ze vergat hoe ik eruit zag: nou kijk Marja, hier ben ik, volgens mij nog niet zoveel veranderd! Hier heb ik met Ingrid gegeten, een erg lekkere veggie pizza. Het restaurant is zo populair dat het normaal is dat je buiten moet wachten. Buiten was gelukkig niet echt buiten maar in het halletje, want echt buiten sneeuwde het op dat moment en hoewel dat mooi is wil je er niet een half uur in staan te blauwbekken. Daar stonden we te troepen, en af en toe kwam er een obertje om de namen op te nemen van nieuwkomers en om de mensen die aan de beurt waren naar binnen te loodsen. Tegen de tijd dat wij aan de beurt waren was de rij een stuk kleiner, wat maar gelukkig was, want dan word je niet zo het restaurant uitgebonjourd. Daar hebben die Amerikanen een handje van, je hebt je vork nog niet neergelegd of hup, komen ze afruimen. De rekening krijg je al voor je klaar bent. Vind ik toch vrij onprettig, het doet aan alsof ze willen dat je zo snel mogelijk ophoepelt en dat is niet fijn in een restaurant.

Wat ook bij de winter hoort is de jaarlijkse Sing Along Messiah. Wij in Nederland kennen de Scratch Messiah: iedereen kan meedoen, je oefent een hele dag, en 's avonds voer je uit voor publiek, kwaliteit vaak abominabel maar vreselijk leuk om te doen. Heb ik in Nederland diverse keren met de cello aan meegedaan. Ideaal voor als je te slecht bent om in een heus orkest te kunnen maar toch eens zo'n stuk wilt doen. De Sing Along Messiah is anders: niet oefenen, en het publiek is het koor. Het orkest zit met de rug naar het publiek en de dirigent kijkt dus naar het publiek. De Yale School of Music organiseert dit en gebruikt de gelegenheid om wat studenten de gelegenheid te geven eens te oefenen. Niet iedereen nam dat even serieus, bleek. De bassolist kende bijvoorbeeld zijn partij niet, dat was een beetje jammer. Niet alleen zangstudenten, maar ook directie-studenten: we hebben er wel een stuk of 6 gehad, waarvan sommige zich duidelijk erg hadden voorbereid, en anderen toch wel veel minder. De Yale Glee club, het studentenkoor, zat door de zaal verspreid tussen het publiek om te voorkomen dat het massaal de mist in ging. Dat gebeurde toch wel - is ook haast niet te doen, "His yoke is easy" gelijk laten klinken als de dirigent een stipje aan de horizon is en je ondanks zojuist aan de ingang voor $10 aangeschafte koorpartituur geen idee hebt wat je eigenlijk moet zingen. Desondanks was het erg geinig en heb ik me prima vermaakt daar op de achterste rij. Wel weer typisch Amerikaans: geen geduld, dus we sloegen grote stukken over en stonden binnen anderhalf uur weer op straat.

woensdag 2 december 2009

zingen in New Haven

Een van de eerste dingen die ik deed toen duidelijk was dat ik voor een semester naar Yale University in New Haven, USA zou vertrekken was: kijken of er nog wat te zingen viel. Want een heel semester zonder zingen is geen optie. Ik had me er weinig van voorgesteld en me erbij neergelegd in een matig kerkkoor of met een beetje geluk een lollig gospelgroepje terecht te komen. Maar dat viel enorm mee. Er blijkt heel veel te zijn, met inderdaad de matige kerkkoren aan het ene uiteinde van het spectrum, maar aan het andere uiteinde de koren voor zangstudenten aan de Yale School of Music zoals Yale Camerata. Ik pas natuurlijk niet in het profiel van de laatste, maar het eerste hoefde gelukkig ook niet. Ik heb een amateurkamerkoor gevonden van een redelijk niveau: het New Haven Oratorio Choir and Orchestra (NHOCO). Met concerten eind november, en ze vonden het goed als ik voor een programma meedeed, auditie kon ik doen na aankomst.
Dus. Op dag 2 van mijn verblijf hier ben ik naar de Church of the Redeemer gegaan op Whitney Avenue waar het koor oefent, heb auditie gedaan, en mocht blijven. Voor een programma van Palestrina, Bach en Mendelssohn. En hoewel de stemmen gemiddeld gesproken niet veel bijzonders zijn en ook de leesvaardigheid beduidend lager ligt dan bij het Byrd vind ik het toch leuk. En vind ik ook dat ze het in sommige opzichten hier beter voor elkaar hebben.
Ik ben met een behoorlijk vooroordeel hierheen gekomen. Ik verwachtte veel gebler met vet vibrato en over 't algemeen weinig subtiele zang. Dat was ten onrechte. De dirigent, Mark Bailey, is deskundig op het gebied van renaissance en barokmuziek. Verder vind ik de discipline onder de zangers opmerkelijk. Omdat de meesten slecht lezen is thuis oefenen een must om een beetje op te schieten. En dat gebeurt dan ook! Ik stond er versteld van, maar iedereen kent zijn noten op de momenten dat dat is afgesproken. Dat maakt het repeteren veel prettiger, uiteraard, als er meteen aan de interpretatie en afwerking kan worden begonnen. Het nadeel van al die discipline is wel een zeker gebrek aan gezelligheid. Er is ook geen koffiepauze, en er wordt weinig gekletst en gegiebeld. This is serious business! En geen lolletje! Als gevolg daarvan ken ik na twee maanden nog bijna niemand bij naam. En dat is toch jammer. Dit is het moment van gezelligheid: voordat de repetitie begint.
Een tweede opvallend iets, is om te merken dat de mensen trots zijn op hun koor. Ze vinden het een eer om erbij te horen. Er zijn geen problemen om mensen voor het bestuur te krijgen. En ze denken met zijn allen na over het promoten van het koor: hoe vergroten we de naamsbekendheid, hoe krijgen we de uitstraling van het koor nog beter, en zo. Deels heeft dat natuurlijk te maken met financiele zaken. Gemeentesubsidies bestaan hier niet. Ook fondsen zoals wij die kennen zijn hier niet. Alles moet dus komen uit de contributies, de kaartverkoop en vooral sponsoring. Hoe kan het koor zich aantrekkelijk maken in de ogen van sponsors? is dan ook een belangrijke vraag voor bestuur en dirigent. Ik vrees dat wij in Nederland ook steeds meer die kant op gaan.

Die trots op de club is wel erg Amerikaans. Amerikanen zijn ook trots op hun land. En hun stad, en hun buurt. Dus dat past in het plaatje. Ons Nederlanders is dat vreemd. Maar in verband met zo'n koor heeft het wel wat: zangers die blij zijn om erbij te mogen horen, in plaats van zangers die vinden dat het koor blij moet zijn met hun aanwezigheid. Geeft toch een andere sfeer.
Een derde, onverdeeld leuk, aspect is de scholing. Er wordt vaak wat tijd van een repetitie besteed aan een lesje. Over het verschil tussen gis en as en oude stemmingen, of over uitvoeringspraktijken in de tijd van Bach, of een luistervaardigheidstestje. En soms, zoals bijvoorbeeld aanstaande woensdag, een concert waar het koor heen moet bijwijze van koorscholing, en waar dan ook naderhand op wordt teruggekomen. Niks facultatief, dat wordt gewoon belangrijk gevonden voor de opvoeding.
Het concert (maar een, helaas) is intussen achter de rug. Het ging denk ik zo goed als het kon gaan. En het was een leuk samengesteld programma. De titel van het programma was "Mendelssohn's Muse", dus een programma rond Mendelssohn en de componisten die hem geinspireerd hebben. We zongen Mendelssohn's motet Jesu meine Freude, dat hij heeft geschreven geinspireerd door het gelijknamige motet van Bach. Dat zongen we niet, helaas, op het openingskoraal na. Maar wel cantate 4, een beetje out of season, "Christ lag in Todesbanden". En het orkest speelde "Eine kleine nachtmusik" van Mozart. Van te voren was er een inleiding over Mendelssohn, en tussen de nummers door werden fragmenten uit Mendelssohn's brieven voorgelezen. Erg amusant. Daar zijn ze dol op hier, in de programmaboekjes van concerten die ik bezoek wordt ook altijd heel breedsprakig uitgelegd.
Het koor heeft ook een klein koortje, een selectie van de wat handiger zangers, die het NHOCO promoten door kleine concertjes in de buurt. Volgend projectje is, uiteraard, christmas carols. Een paar repetities in november, en dan drie concertjes in december. In bejaardenhuizen en dat soort oorden. Het eerste concertje is aanstaande zondag 6 december. Ik ben tot dat kleine koortje toegetreden en kan mijn zangactiviteiten dus ook na het NHOCO concert op 21 november voortzetten. En leer nu zelfs wat mensen bij naam kennen! Dit zijn Carey (l) en Angela (r), mede-alten. Daarachter Chris (l) en Daniel (r), tenoren.

dinsdag 1 december 2009

New York, the day after

Op Black Friday hebben we de tocht van Vermont naar New York ondernemen. Met de auto naar New Haven en vandaar verder met de trein naar New York - in New York heb je aan een auto niets, en het is ook nog eens peperduur om daar te parkeren. Wij hadden een appartement gehuurd voor twee nachtjes in 123rd Street, in Harlem, niet ver van Columbia University. Het appartement was in een van oorsprong best mooi maar behoorlijk verwaarloosd en slecht onderhouden huis. We werden ontvangen door een Rus die zo uit een B-film leek te zijn weggelopen. Zo eentje met zo'n permanente sneer op zijn gezicht, een zwaar accent en een enorm litteken op zijn wang van een messteek, althans, dat dachten wij. We waren enigzins onder de indruk, maar hebben hem verder niet meer gezien.

Vrijdagavond hebben Bas en ik een concert gehoord van het NYPhilharmonic. Zoals Bas zei: typisch Amerikaans. Alle noten goed, maar ze nemen geen risico's. Ze vinden het erger om een uitglijder te maken dan dat het een beetje vlak wordt. Het oor van de kenner. Ik vond het toch wel erg mooi. Honegger en Beethoven (Eroica), ook wel een weinig risicovolle programmering inderdaad. Na afloop kwamen we Sel en Robbie weer tegen in een hele enge bar. Vol uitsmijters en glimmende types. Maar wel met een schitterend dakterras met uitzicht op het Empire State Building. Met verwarming. En met badjassen en dekens. En hot cider.

Van Black Friday hebben we weinig meegekregen, maar van de dagen daarop des te meer. Druk overal in alle winkels. En van de ene dag op de andere waren alle winkels overgegaan op hun kerstetalages. In New York zijn die beroemd, met name een aantal van de deftiger etalages op 5th Avenue. Voor sommige hadden ze zelfs dranghekjes gezet, van die mooie hekjes (met goudkleurig touw) die ze in Amerika altijd gebruiken om de rijen in goede orde te laten voortschuifelen. En het moet gezegd, er waren prachtige etalages bij. Entertainment en commerce, daar zijn ze echt goed in. De foto's zijn niet zo mooi geworden. Ik doe er toch eentje bij, gewoon voor het leuk.

Behalve visueel was het ook auditief van de ene op de andere dag kerst. In alle winkels, cafeetjes, restauranten, stations, galmde het van de kerstliederen. We hebben geluncht onder het luide gegalm van de nieuwe kerst-cd van Andrea Bocelli. Ik kreeg de ene lachstuip na de andere, tot grote ergernis van Selma. Dinner werd begeleid door Hoogtepunten van Handel, op shuffle gezet en met de volumeknop op hoog. Deel Messiah, deel Watermusic, nog weer een stukje Messiah, en dat alles in een vreselijke uitvoering. Dat werd ook Bas teveel. Shoppen in Macy's met veel Bing Crosby en andere oubollige kersthitten. 't Was eerst wel even leuk, maar het idee dat dit nog vier weken moet duren is lichtelijk deprimerend.


Nog een plaatje dan: een straatje in Chinatown, Bloody Angle, berucht om de vele moorden die er zijn gepleegd. Afrekeningen tussen de chinese gangs. Allemaal in het verleden, uiteraard: de misdaad in New York is de laatste tien jaar drastisch gereduceerd en bendes zijn er niet meer. Harlem was vroeger een buurt waar je maar beter niet kon komen. Nu gaat het prima. Zelfs Bill Clinton heeft er een kantoor, in de 125ste straat. Desondanks hebben wij nog wel een misdaadscene meegemaakt die zo in NYPD had gekund. We wachtten op de metro, maar toen die aankwam gingen de deuren niet open. In plaats daarvan waren er zeker 10 politie-agenten waarvan een aantal undercover die de metro wagon voor wagon doorzochten. En uiteindelijk kwamen ze naar buiten met een heuse boef, in heuse boeien geslagen, die tegenspartelend werd afgevoerd. Erg spannend allemaal.

Om op Chinatown terug te komen, als je daar rondloopt is het net of je in een ander land bent. Ineens zie je alleen nog maar Chinese mensen die alleen maar Chinees met elkaar praten. En winkeltjes met Chinese prijskaartjes en een toch wel typisch assortiment groente, eenden (met snavel) en sea food, veelal nog levend. Daar staat dan een mannetje naast dat niets anders doet dan ontsnappende krabben weer terug in hun mand zetten. 't Zal je baan maar wezen! In elk geval veel minder romantisch dan de misdaad. En veel minder geschikt om films over te maken.

maandag 30 november 2009

Thanksgiving!

Thanksgiving! In Noord-Amerika een zeer belangrijke feestdag. Het valt op de vierde donderdag van november, en gaat gepaard met een lang weekeind vrijaf voor veel Amerikanen. Hebben ze de tijd om naar het andere eind van het land te vliegen om hun oude moeder op te zoeken, want dat hoort erbij. Al weken van te voren vraagt men aan elkaar: What are you doing for Thanksgiving? Daar had ik zowaar een antwoord op: mijn kinderen (die een week op bezoek waren) en ik waren uitgenodigd Thanksgiving te vieren met Reid en zijn gezin, in hun vakantiehuis in Vermont. Vonden we allemaal een ontzettend leuk idee, Amerikaanser kan het niet eigenlijk.

Ik had niet zo'n idee wat Thanksgiving nu voor een feest is. Bij navraag krijg je verschillende antwoorden. Thanksgiving? Op de bank zitten en naar football kijken. Thanksgiving? Turkey eten met de familie. Thanksgiving? Dat moet je zeggen waarvoor je dankbaar bent. Thanksgiving? Is eigenlijk een beetje een wrange feestdag, want er wordt herdacht dat de native Americans de eerste kolonisten van de hongerdood hebben gered - en zie eens wat hun dank was! Thanksgiving? De enige niet-religieuze feestdag, waardoor ook alle Amerikanen eraan mee kunnen doen. Thanksgiving? Welzeker religieus, een dag waarop God wordt gedankt voor de goede oogst. Ik heb er bij al deze tegenstrijdige berichten zelfs maar de Wikipedia op nagekeken. Ze staan er allemaal in, hoewel het toch tendeert naar een soort algemene dankdag voor de oogst. Maar de discussies zijn verhit. Wat maar wil zeggen dat ze het belangrijk vinden, de Amerikanen. Zie http://en.wikipedia.org/wiki/Talk:Thanksgiving.

Anyway, op donderdag 27 november reden wij in een gehuurde Kia noordwaarts, gewapend met een kaart, een routebeschrijving van de Lifsets en een tomtom. Zo'n twee-en-een-half uur rijden. Vermont is, net als Connecticut, voor 't grootste deel bebost. Het is wat lieflijker, met heuvels in plaats van vlak moerassig land. En in het noorden, tegen de Canadese grens, zelfs bergen. Maar zover zijn we niet geweest. Het landschap deed mij erg aan Luxemburg denken.

Het huis ligt, voor wie het kent alweer vergelijkbaar met het Blauwe Huis in Luxemburg, buiten een dorp aan de bosrand. Er hoort een stuk grasland bij met een paar appelbomen en bessenstruiken, en ook een klein stukje van het bos. In de buurt wonen maar weinig mensen, de meeste huizen zijn vakantiehuizen. Dit huis is net als de andere van hout. Eigenhandig gebouwd door de vorige eigenaar. Ontzettend leuk met overal bergplaatsjes in verloren hoekjes, met weer een mooi luikje ervoor. En een zeer milieuvriendelijke energiehuishouding. Passive solar, en zo gericht dat de zomerzon net niet recht op die grote ramen staat. En een "Russian stove", een bakstenen kachel die beneden staat maar het huis ook boven verwarmt. Brandt op hout, hoeft maar een uurtje aan en is dan de volgende dag nog warm. Dat was dus echt waar. Beneden een hangruimte met een biljart (snooker uiteraard) en een tv waarop je alleen video's kunt afdraaien. Hebben we ook nog gedaan: Reid, Hannah, Bas en Robbie verteren kalkoen onder het kijken naar Shrek. De hangruimte is tevens logeerkamer waar Selma, Bas en Robbie hebben geslapen. Boven de keuken-woonkamer en slaapkamertjes. En een soort bijkeukentje vanwaaruit workaholic Reid zijn zaken regelt. En hier en daar nog wat geheime vlierinkjes, te bereiken via verstopte uitklapbare ladders.

We kwamen aan om een uur of twee. En werden meteen meegenomen om de scharrelkalkoen te bewonderen. Die was zo groot dat hij niet in de oven paste dus buiten op de barbecue moest worden klaargemaakt. Tot ongenoegen van Beth want dan kreeg-ie zo'n rooksmaak. Ik vond dat juist wel lekker. En toen was de vraag: gaan we meteen aan tafel, of eerst nog een wandelingetje? We kozen het wandelingetje maar zaten uiteindelijk toch om vier uur aan tafel. Thanksgiving dinner is serious business. Kalkoen uiteraard, en mashed potatoes, en cranberry sauce, en sweet potatoes, en (door mij gemaakt) spruiten met kastanjes, en apple pie, en pumpkin pie, en trifle (door Selma gemaakt). De vulling wordt uit de kalkoen gehaald en los geserveerd in een schaal. Om acht uur zaten we nog aan tafel. Je hoort dan uit te buiken voor de buis (football) en daarna over te gaan op turkey sandwiches. Maar dat ging niet meer. Er was nog erg veel over. Reid had vandaag turkey sandwich mee voor de lunch, en ze eten al dagen kalkoensoep - met rooksmaak, bah.

De dag na Thanksgiving heet Black Friday - waarom weet ik niet, maar wel weet ik dat op Black Friday winkels hun spullen massaal in de uitverkoop doen, waarvoor men 's nachts al in de rij staat en waar je je koopjes soms letterlijk moet bevechten. Daaraan hebben wij ons niet gewaagd. In plaats daarvan zijn we op Black Friday naar New York gegaan om daar het weekeind door te brengen. Maar daarover een andere keer meer.

donderdag 19 november 2009

to be or not to be

Afgelopen zondag ben ik een dagje uit geweest naar Boston. Dat valt dan toch wel tegen - je denkt erover als even naar Rotterdam, of zo. Maar het is drie uur reizen met de trein, dus je zit op zo'n dag zes uur in de trein. En reist door drie staten: Connecticut, Rhode Island en Massachusets. Overigens een erg mooie reis. Langs de kust, door allerlei moerasgebieden. Ik heb ook nog een red tailed hawk zien vliegen.

Aanleiding voor mijn dagje uit was de Harry Potter tentoonstelling in het Science museum. En dan in een moeite door natuurlijk ook dat museum zelf, altijd leuk. Ook hier een afdeling dino's. Prachtstuk hier was een triceratops, zie hierbij. Maar ook een enorm geinige afdeling over zintuigen. Vol met leuke gezichtsbedrog-dingen, gehoortestjes enzovoorts. En een tentoonstelling over nanotechnologie. Die viel me eerlijk gezegd een beetje tegen. En de inmiddels bekende oubollige vitrines met biotoopjes.

De Harry Pottertentoonstelling was waanzinnig druk bezocht. Je kocht je kaartje voor een bepaald tijdstip, dan mocht je erin, en dan werd je er doorheen gejaagd zodat de volgende groep er weer in kon. Dus in de rij langs de attributen schuifelen. Dat was een beetje jammer. Verder wel erg leuk. Foto's mochten niet, maar deze twee heb ik toch gemaakt, die stonden in de hal.
Harry Potter fans zullen ze herkennen: een paard van het schaakspel uit de "Philosophers Stone" (in Amerika overigens Sorcerers Stone geheten), en de vliegende Ford Anglia uit de "Chamber of Secrets". Ze hadden zelfs de locomotief van de Hogwarts Express. En nog veel meer, allemaal uit de films. Kostuums, schooluniformpjes van alle kids, robes van Dumbledore en allerlei andere leraren, het hutje van Hagrid compleet met alsmaar-net-niet-uitkomend drakeei, bezems, toverstokken, Quidditch kostuums, en ballen inclusief Snitch, lesboeken, nou ja noem maar op. Met wat meer tijd en rust ... enfin. Was zo toch ook wel leuk.

Maar het dagje uit beviel me niets. Zo'n hele dag op je eentje. Juist bij zo'n tentoonstelling wil je af en toe wat zeggen. Op laatst werd ik er zo sjagrijnig van dat ik mijn kinderen maar ben gaan bellen. Het werd weer bijna goedgemaakt door mijn diner: een spicy tuna sandwich op Boston South Station. Lekker bruinbrood! Dat mis ik hier echt. Ze hebben wel bruinbrood maar slap en smakeloos, of erger nog een beetje sponzig en zoetig. Jek. Maar deze sandwich was precies goed. Stevig en smakelijk.


woensdag 18 november 2009

biofuels

Een van de dingen die ik hier professioneel wilde doen, en waarmee ik nu een goed eind op dreef ben, is weer eens schrijven. De laatste twee jaar is dat er vanwege die ellendige reorganisatie niet van gekomen. Ik wilde me graag zelf weer eens in iets verdiepen en daarover schrijven. En dat doe ik dus nu hier. Aanleiding is een nieuw tijdschrift geheten Biofuels die in hun openingsnummer een review willen opnemen van LCA studies over biofuels. Voor niet-vakgenoten: LCA staat voor Life Cycle Assessment of levenscyclusanalyse, een methode om de milieu-effecten van bepaalde producten of diensten van-wieg-tot-graf in kaart te brengen. En biofuels zijn brandstoffen gemaakt van biomassa. Veruit de meeste LCAs van biofuels gaan over ethanol (als vervanger van benzine) of biodiesel (als vervanger van gewone diesel).

Het idee achter die biofuels is (a) dat je zo bespaart op fossiele brandstoffen, in dit geval aardolie, (b) en voor velen het belangrijkst, dat je je onafhankelijk maakt van de grillen van oliestaten, en (c) dat je minder broeikasgassen de atmosfeer in pompt. Dat laatste is een wat glibberig argument: je pompt namelijk evenveel broeikasgassen de atmosfeer in, maar die heb je dan een poosje eerder aan de atmosfeer onttrokken via fotosynthese en daarom geeft het dan niet. De Verenigde Staten is een zeer groot voorstander en was dat al in de tijd van Bush, om reden (b). Maar ook in Europa zijn er ferme doelstellingen voor het aandeel biofuels in het totale pakket, en al op korte termijn. Zoals wel vaker, heeft heel dit idee een vlucht genomen door het enthousiasme van de industrie hiervoor, en is het onderzoek naar de ongewenste neveneffecten pas veel later op gang gekomen. Inmiddels is duidelijk dat biofuels niet meer dan een paar procent kunnen gaan uitmaken van de totale energievoorziening. Voornamelijk vanwege het landoppervlak dat nodig is om in al die biomassa te voorzien. Nu wordt druk nagedacht over het gebruik van bijproducten zoals stro en houtsnippers, en afvalstromen.

LCA studies houden zich daar niet mee bezig, maar wel met de vraag, hoeveel winst er nu eigenlijk bereikt kan worden op het gebied van broeikasgasemissies. Dat het verhaal "je legt het eerst vast dan dan stoot je het weer uit" veel te kort door de bocht is weten we ook allang. Want de landbouw gebruikt ook een hoop fossiele energie voor kunstmestproductie en landbouwwerktuigen, en de industrie nog veel meer in het ethanolbereidingsproces: het produceren van enzymen en beluchten van de micro-organismen. Maar het blijkt niet eenvoudig te zijn om antwoord te geven op de vraag, hoe veel of weinig winst er dan precies bereikt wordt. Dat hangt natuurlijk af van de omstandigheden. Maar het blijkt ook af te hangen van allerlei keuzes die gemaakt worden binnen de LCA-methodiek. Zoals: wat hoort allemaal wel en niet bij je systeem? Hoeveel van de emissies reken je toe aan bijproducten, zoals electriciteit uit gewasresten, of spul waar je veevoer van kunt maken? Waarmee vergelijk je het precies en hoe doe je dat dan?

De Amerikanen waren de eersten om dit soort studies te publiceren. Allemaal over corn-ethanol. En zeer onsystematisch en ondoorzichtig opgezet. Enorme debatten over de precieze verschillen tussen corn agriculture in Ohio en Minnesota. En over de precieze brandstofmix in Californie waarmee je de ethanol wilt vergelijken. Maar intussen de hele landbouw voorketen buiten beschouwing laten. En geen woord over de methodische keuzes die veel bepalender zijn voor de uitkomst. Onderzoekers die met ongunstige uitkomsten kwamen werden verdacht gemaakt en hadden moeite hun studies gepubliceerd te krijgen. In 2006 is er een artikel verschenen waarin op dat soort verschillen werd gewezen en voor het eerst een poging werd gedaan tot een soort unificatie van methodes. Nu worden de dingen min of meer systematisch meegenomen en convergeert het geheel naar een of twee modellen die standaard worden gebruikt. Over de methodische keuzes is geen debat. Maar wat ze doen, is wat wij substitutie noemen: aftrek van vermeden processen (bijvoorbeeld, als er electriciteit wordt bij-geproduceerd, dan worden de emissies van de equivalente hoeveelheid electriciteit uit de landelijke electriciteitsmix van het systeem afgetrokken, want die hoef je dan niet meer te produceren).

In Europa heeft men van meet af aan een veel breder spectrum aan feedstocks meegenomen: tarwe, suikerbiet, koolzaadolie, palmolie, soja-olie en een variety of residues zoals afgewerkte frituurolie, stro en houtsnippers. De LCA-studies zijn in de regel veel netter met duidelijke methodische specificaties. Maar ook erg divergerend. En in tegenstelling tot in de VS viert het debat over methodische keuzes hoogtij, en kan hoog oplopen zowel in kringen van wetenschappers als beleidsmakers. De EU heeft een standaard afgeleverd, maar daar houden de studies zich vooralsnog niet aan. Van de 52 case studies die ik heb bekeken zijn er maar 2 die allocatie volgens energie-inhoud doen zoals de EU voorschrijft. Zwitserland heeft heel veel gedaan op dit gebied en die horen niet bij de EU. Zij gebruiken allocatie volgens marktwaarde. En anderen willen toch wel graag van die Zwitserse resultaten gebruik maken. Dus tja ...

Nieuw zijn de Aziatische LCAs. Cassave-ethanol en veel palmolie. Heel goed, moet aangemoedigd, maar de kwaliteit is vaak bedroevend. Je hebt geen idee wat ze gedaan hebben en hoe ze aan hun resultaten komen. Je begrijpt niet dat ze hun zaakjes gepubliceerd krijgen. Al is het natuurlijk zo dat de tijdschriften vaak geen LCA-specialisme hebben maar een energie-focus, dan nog zou men voor dit soort artikelen reviewers uit de LCA-wereld moeten vragen. En dat gebeurt nog steeds veel te weinig. Andersom kan het ook gebeuren dat prima artikelen geweigerd worden op grond van ridicule argumenten, die getuigen van volledige onbekendheid met de LCA-methode.

Maar wordt de wereld er nu inderdaad beter op, als je naar broeikasgasemissies kijkt? Daarop is het antwoord niet eenduidig uit de LCAs af te leiden. Sommige productieroutes zijn echt duidelijk niet beter, maar juist slechter. Bij andere hangt de uitkomst erg af van de methodische keuzes, en dan kun je 't niet echt zeggen. En bij weer andere vind je toch wel vaak een positief beeld. Over het algemeen lijkt suikerriet wel gunstig te zijn. En ook het gebruik van residuen komt er vaak positief uit. Corn ethanol is een van de slechtere, evenals soja-diesel. En bij palmolie hangt het ervan af. Soms heel goed, soms dramatisch slecht, afhankelijk van de lokale omstandigheden. Nieuwe hippe routes zoals algenbiomassa worden gebracht als extreem milieuvriendelijk - dat blijkt ook niet zomaar waar te zijn. Helaas, de gemakkelijke oplossingen en "silver bullets" zijn in deze branche niet te halen.

En tenslotte, een beetje buiten de scope maar daarom niet minder waar, is het vaak zo dat het een veel beter idee is om electriciteit en warmte te maken uit die biomassa dan autobrandstof, vanuit oogpunt van broeikasgasbestrijding. Ten eerste kun je er veel meer rotzooi in kwijt, je kunt het koppelen aan afvalverbranding, vergisten van mest, bijstoken van allerlei afvalbiomassa die niet bruikbaar is voor ethanol of diesel enz. Ten tweede kun je dat energie-intensieve ethanolproductieproces vermijden waardoor de efficientie van die ketens veel hoger is. En ten derde zijn de emissies uit centrales veel gemakkelijker te reguleren dan die uit auto's. Biomassa-electriciteit gecombineerd met CCS, dat schiet pas echt op!